Ron Fouchier

posted in Groene Amsterdammer

Ron Fouchier

Ron Fouchier is volgens critici de uitvinder van het ‘dodelijkste virus’ ooit. Hoe schadelijk en besmettelijk is het echt? Een interview met de bedenker van een controversieel onderzoek.

Ergens in een vrieskist in Rotterdam ligt het ‘dodelijkste virus’ ooit. Althans, dat beweren critici angstwekkend. Het zou een ‘biologische atoombom’ zijn, een ‘monstervirus’. De Groene Amsterdammer noemde het in een commentaar ‘de bom van Fouchier’, een weinig subtiele verwijzing naar de ontwerper van het virus: moleculair viroloog Ron Fouchier. Zijn onderzoeksteam aan het Erasmus MC slaagde er afgelopen zomer in om een ‘standaard’ vogelgriepvirus H5N1 genetisch te modificeren en te laten muteren. Het controversiële resultaat: een nog niet bestaande vogelgriepvariant, die gevaarlijk is voor zoogdieren en via de lucht overdraagbaar is.

Airborne noemen ze een virus met die eigenschap in het wetenschappelijke veld; het zijn de farao’s onder de virussen. Films en boeken zijn er op gebaseerd. Zoals de huiveringwekkende bestseller The Hot Zone van Richard Preston uit 1994, waarin mensen dankzij een hyperbesmettelijke Ebola-variant van binnenuit lijken weg te smelten. Of, recentelijk, het succesvolle Contagion. In deze film breekt een airborne virus uit, zoals Fouchier in elkaar heeft geknutseld.

Fouchier (45) wil zijn creatie tot in detail publiceren in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science. Omdat het om gevoelige informatie gaat die ten kwade gebruikt kan worden, stuurt hij zijn resultaten ook naar de National Science Advisory Board for Biosecurity (NSABB). Deze Amerikaanse commissie voor bioveiligheid moet Fouchier advies geven of het veilig is om te publiceren. Het nieuws lekt in een mum van tijd uit naar bioveiligheidsexperts en antiterreurorganisaties, die het experiment op hoge poten veroordelen in de landelijke media. De Amerikaanse War on Terror is nog volop bezig en de angst dat fundamentalistische terroristen muteren in bioterroristen, en in de garage zelf zo’n virus bouwen, zit diep.

Door de maatschappelijke onrust die wereldwijd ontstaat, adviseert de NSABB Fouchier in oktober om niet te publiceren. De commissie wil een revisie van het 2500 woorden tellende manuscript, met daarin meer aandacht voor de maatschappelijk context en de implicaties voor de wereldgezondheid. Wonderlijk genoeg creëert de Japanse wetenschapper Yoshihiro Kawaoka, verbonden aan de Universiteit van Wisconsin, bijna tegelijkertijd met Fouchier ook een ‘airborne’ griepvirus. Ook van hem verlangt de NSABB een gereviseerde versie van zijn manuscript.

Nederland stelt in navolging van het negatieve advies van de NSABB een exportverbod in op de in Rotterdam ontwikkelde kennis. Om de rust terug te brengen leggen Fouchier en zijn collega’s het onderzoek in december zestig dagen stil, vooral om tegenstanders het nut van het onderzoek uit te leggen. Details kan hij, zolang de NSABB zich over het nieuwe manuscript buigt, niet prijsgeven.

Steun krijgt Fouchier vanuit het wetenschappelijke veld. Een groep van 22 virologen en veiligheidsdeskundigen bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) besluit half februari dat het onderzoek tot in detail moet worden gepubliceerd. Eind maart sluit de NSABB zich bij hen aan; van hun mag het artikel worden gepubliceerd. Tot verrassing van velen blijft de Nederlandse overheid dwarsliggen. Waar het eerst trouw de NSABB volgde, houdt het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, bij monde van staatssecretaris Henk Bleker, stevig vast aan het exportverbod.

Fouchier is het getouwtrek beu, zegt hij in zijn krappe kantoor. Er wacht hem nog één rondje topoverleg, op 23 april in Den Haag. Dan komt er een groep bioexperts en mensen van inlichtingendiensten bij elkaar om te bepalen of het exportverbod moet worden opgeheven en Fouchier mag overgaan tot publicatie. Hoewel; ‘mogen’ is volgens Fouchier niet de juiste term: ‘Niemand kan ons tegenhouden om te publiceren. We hebben in Nederland vrijheid van meningsuiting, vrijheid van pers en academische vrijheid. Dus als ik dit wil publiceren, dan ga ik dit publiceren.’

Nederland komt ondanks het NSABB-advies met een eigen commissie; wat vindt u daarvan?
‘De overheid wil ook de risico’s afwegen, dat mag. Dit is nieuw voor iedereen en ik kan me ook voorstellen dat Nederland puur uit principe deze exercitie een keer wil doorlopen. Maar tot nu toe hebben we van de Amerikaanse overheid, noch van andere overheden gehoord dat er concrete risico’s zijn.’

Stoort het u dat Nederland dwarsligt?
‘Het irriteert me dat het zo lang duurt. Het manuscript ligt al zes maanden in Den Haag en nu pas gaan ze er naar kijken. De Amerikanen hebben twee keer een advies uitgebracht, de WHO was in staat om binnen enkele weken een adviesclub bij elkaar te roepen. Nederland lukt dat kennelijk niet.’

Waarom is publicatie belangrijk?
‘Al zeven maanden gaan in de pers de meest wilde verhalen rond. Wij kunnen die geruchten niet weerleggen zonder die publicatie. Science gaat mijn data niet publiceren als ik het morgen in de New York Times zet. Want dan is de nieuwswaarde eraf.’

Loopt Nederland een blauwtje door een Japanner er straks met de primeur en het patent vandoor te laten gaan?
‘Nederland houdt het niet tegen, dat doen we zelf. Het voorleggen van dit stuk aan de NSABB is vrijwillig, net zoals dat bij de Nederlandse overheid in principe ook vrijwillig is. Ze kunnen ons niet stoppen met het exportverbod. Bleker beweert dat misschien wel, maar hij vergist zich.’

Waarom dan niet gewoon publiceren?
‘Er is een gedragscode Biosecurity voor wetenschappelijk onderzoek zoals ik heb gedaan. Als er twijfel is over de risico’s en het nut van een publicatie, moet je dat met meer mensen bespreken dan alleen de onderzoekers zelf. Wetenschappers hebben daarin een verantwoordelijkheid. Zie het als vrijheid van meningsuiting. Dat je die vrijheid hebt, betekent niet dat je elke moslim in Rotterdam verrot mag schelden. Je wordt geacht daar op een verantwoordelijke manier mee om te gaan. Ik kan in mijn eentje als Dr. Jekyll en Mr. Hyde de meest bizarre experimenten doen en dat publiceren. Maar het is beter om bij je wetenschappelijke collega’s te polsen of zij daar hetzelfde over denken.’

‘Soms wil je ook weten wat de risico’s zijn van zaken waar je geen kennis van hebt. Als wetenschapper heb ik natuurlijk niet de informatie die de Nederlandse inlichtingendiensten hebben. Ik krijg geen lijstje met adressen van Al-Qaeda-leden en hun plannen. Maar de overheid moet mij ervan overtuigen dat er een concreet risico is. Als ik na de meeting in Den Haag nog steeds vind dat het nut opweegt tegen de risico’s, dan ga ik gewoon publiceren.’

Wat is concreet het nut van het onderzoek?
‘Tot nu toe hebben wij geen enkel idee hoe een dierenvirus zich verandert in een mensenvirus, en door niezen en hoesten wordt overgedragen. Dit is de eerste keer dat we dat laten zien. Pas nu kunnen we gaan begrijpen wat daarvoor nodig is en in het veld aanwijzen welke diervirussen gevaarlijk kunnen zijn voor mensen.’

Hoe herken je die virussen?
‘Aan de mutaties die ze bij zich dragen. Wij laten zien hoe zo’n virus moet veranderen en welke biologische eigenschappen het krijgt. Die kunnen worden bepaald door de mutaties die wij hebben gevonden, maar we kennen ook al een groot aantal ‘natuurlijke’ mutaties die dezelfde biologische veranderingen kunnen geven. Daar kunnen we nu een lijst van maken.’

Hoe lang kan zo’n lijst zijn?
‘Als je het hebt over aërosol transmissies, denk ik zo’n twintig mutaties. De virussen worden nu al gekarakteriseerd tijdens uitbraken, dat doen we al jaren, maar tot nu toe kunnen we daar weinig aan aflezen. Met deze informatie lukt dat wel, en kunnen we zien of er virussen ontstaan die mogelijk gaan spreiden in zoogdieren. Zodra je die ziet moeten landen zeer agressief handelen om die uitbraak te ruimen en een pandemie te voorkomen.’

‘Maar stel dat dat mislukt en het virus de wereld over raast, dan zijn vaccins en antivirale middelen onze laatste redding. We hebben weliswaar al honderden vaccins voor vogelgriep, maar we weten eigenlijk niet welke effectiever is. Die vaccins worden tot nu toe geoptimaliseerd met onschuldige seizoensgriepvirussen of door vogelgriepvirussen die niet airborne zijn. Kort gezegd: je bent vaccins aan het optimaliseren met virussen die niet de juiste biologische eigenschappen hebben. Ik denk dat je zo’n vaccin veel beter kunt maken met een virus dat een pandemie kan veroorzaken. Daar kan de industrie nu in investeren.’

***

Fouchier werkt sinds 1998 aan het Erasmus MC. Daarvoor werkte hij in Amerika. De boomlange viroloog, afgestudeerd aan de Rijks Hogere Agrarische School in Wageningen, deed er onderzoek naar het HIV-virus. Maar HIV was qua wetenschap gedaan – het was volgens Fouchier vooral een farmaceutisch probleem geworden – en hij nam zich voor om een ander virus onder handen te nemen. Over griep was weinig tot niets bekend, dat leek hem wel wat. En waar anders kon hij terecht dan de virologische afdeling aan het Erasmus MC, de bakermat van het vogelgriepvirus. Dáár is de vogelgriep in 1997 ontdekt en gekarakteriseerd.

Het is een goede tijd om met de vogelgriepvirussen bezig te zijn. De SARS-epidemie breekt uit in 2003 en de Amerikaanse president George W. Bush maakt veel geld vrij voor influenzaonderzoek om beter voorbereid te zijn op een pandemie. Fouchier schrijft zich in 2006 in voor een subsidie van het Amerikaanse National Institute of Health (NIH). Het NIH richt centers of excellence for influenza research op en Fouchier behoort tot de uitverkorenen. Hij krijgt een beurs van 750.000 dollar per jaar, met een looptijd van zeven jaar. De opdracht: onderzoek of een vogelgriepvirus kan muteren naar een ‘airborne’ virus.

Vijf jaar lang test Fouchiers team een groot aantal mutaties, afwijkingen in een gekopieerd virus, die de biologische eigenschappen veranderen. Om airborne te zijn moet een virus, volgens een hypothesepaper van Fouchier van vorig jaar, voldoen aan drie voorwaarden: hij moet zich nestelen in de bovenste luchtwegen, en niet zoals het klassieke vogelgriepvirus in de onderste – dan hoest je hem niet uit. Het virus moet zich als een gek reproduceren, en als derde, de virussen mogen niet samenklonteren. Te grote druppels zweven niet, maar vallen op de grond. Fouchier maakt honderden virussen die allemaal geen airborne infectie geven. Ook andere onderzoekers, onder wie de Japanner Kawaoka, proberen het griepvirus via de lucht besmettelijk te maken; zonder resultaat. Tot afgelopen zomer.

Wat lukte die dag wel?
‘Uit de gepubliceerde gegevens ontbrak nog een klein schakeltje. We hebben alle mutaties getest die we kenden, maar blijkbaar kenden we nog niet alle mutaties.

Welke schakel was dat?
‘Dat ga ik dus niet zeggen. Maar we hebben een natuurlijk selectie-experiment toegepast. We hebben het meest veelbelovende virus genomen dat bijna voldeed aan de eigenschappen van een airborne virus en er een aantal fretten mee geïnfecteerd. Zo passen de virussen zich nog meer aan zoogdieren aan, en krijg je een hele nieuwe reeks mutaties. En vroeg of laat zit daar een airborne variant bij.’

In hoeverre komt uw virus overeen met dat van Kawaoka?
‘Hij volgt een compleet verschillende procedure, maar komt voor een groot deel met dezelfde antwoorden.’

Wat is het verschil tussen zijn onderzoek en jullie onderzoek.
‘Hij gebruikt een menselijk virus van de pandemie uit 2009. Daar heeft hij een gen uitgehaald en er een vogelgriepvirusgen ingezet. Wij werken alleen met pure vogelgriepvirussen.’

Hebt u enig idee waarom de Amerikaanse NSABB-commissie unaniem geen risico zag in de paper van Kawaoka, maar sterk verdeeld was over de risico’s van uw paper?
‘Dat is mij ook niet helder. Het virus van Kawaoka is net zo gevaarlijk als het mijne. Alleen zijn wij door Science gevraagd een experiment te doen waarbij je het virus direct ingeeft in de longen. Daar vallen die fretten van dood. Dat heeft Kawaoka nooit gedaan. Maar mocht hij zijn virus ook in longen van fretten spuiten, dan gebeurt bij zijn virus hetzelfde. We hebben allebei een airborne virus, de efficiëntie van de transmissie is even hoog en de fretten worden er net zo ziek.’

Hebben de tegenstanders een punt? Bestaat er een veiligheidsrisico?
‘Aan alles kleeft een risico. Een vliegtuig bouwen levert risico’s op, maar we vliegen wel. En die pen die jij in je handen hebt, daar kun je ook iemand mee doodsteken; mogen we dan geen pennen meer verkopen? Het gaat erom hoe je iets gebruikt. We hebben gezien dat je met een vliegtuig ook een paar duizend mensen kunt vermoorden.’

Dat zijn er geen twintig miljoen…
‘De vraag is wat er gebeurt als je dit virus loslaat, of het zich spreidt en hoeveel mensen eraan dood gaan. Dat is niet te voorspellen. Maar stel dat je biologische wapens zou willen maken voor terreur of oorlogvoering, dan zijn er zo veel andere virussen die meer geschikt zijn die je zo uit de natuur kunt plukken.’

Noem er eens drie.
‘Dat doe ik dus niet, want daar ligt precies mijn verantwoordelijkheid als wetenschapper. Als viroloog kan ik zo tien virussen uit de natuur halen die meer schade zouden aanrichten dan ons virus. Daar hoef je niet eens een expert voor te zijn. Je kunt ze pakken, vermenigvuldigen en loslaten.’

Stel dat iemand toch uw virus wil maken. Wat heeft die persoon nodig?
‘Het begint bij expertise; een virus modificeren zoals griepvirussen is heel lastig. Voor iedere stap heb je reagentia nodig die op zichzelf al veel fingerspitzengefühl vereisen om in stand te houden. Cellen moet je onder speciale condities houden want anders kun je er geen virussen in maken. Je moet ervaring hebben in het genetisch modificeren van DNA. Maar het moeilijkste is alle genetische elementen in die cel te krijgen en die cel dat virus te laten maken. Dat is een truc die maar twintig laboratoria ter wereld beheersen. Vervolgens moet je dat kleine beetje virus grootschalig gaan kweken, zonder dat het daarna opnieuw gaat muteren. Uiteraard wil je jezelf ervan vergewissen dat het werkt, dus moet je op dieren gaan experimenteren. En als laatste moet je zorgen dat je werkt onder veilige condities, zodat je niet zelf halverwege het loodje legt.’

Kortom: onmogelijk voor een home-grown bioterrorist?
‘Onmogelijk.’

Maar kwaadwillende regimes in Iran of Noord-Korea hebben wel laboratoria en expertise.
‘Klopt. Zij kunnen, net als ik, deze technologie zo uit de literatuur halen. Maar ze hebben geen voordeel bij mijn manuscript. Elke expertviroloog kan de exacte mutaties achterhalen die je in het eerste virus moet bouwen om het airborne virus te maken.’

Ja, maar dan zijn ze vijf jaar zoet. Ze willen volgende week een airborne virus.
‘Ik zeg niet dat ze helemaal geen voordeel hebben bij ons manuscript, maar de manier waarop wij dit virus hebben gemaakt, is al bekend. Door het niet op te schrijven wordt de wereld niet veiliger. Een regime in Iran dat dit virus wil maken, wordt niet gestopt door het feit dat ik niet publiceer. Het echte gevaar is dat kwaadwillende regimes straks wel deze virussen hebben, en wij niet. Wij moeten ze voorblijven. Dat kan alleen als wetenschappers de vrijheid hebben om door te jakkeren. Zorg er verdorie voor dat de vooruitgang uit de goede wereld komt.’

De ophef over uw onderzoek is onterecht?
‘Als dit stuk in september meteen was gepubliceerd had niemand dit ooit gelezen. Het zou een goed geciteerd stuk worden, een key piece in mijn vakgebied, maar de media zouden er niet in geïnteresseerd zijn geweest. De ophef ontstaat omdat mensen de feiten niet kennen en geruchten opblazen. Als je gelooft dat dit virus binnen een half jaar de wereld over kan gaan en de helft van de wereldbevolking uitroeit, dan snap ik dat men zich zorgen over maakt. Maar zo’n virus zou ik niet in mijn vriezer willen.’

Dat kan uw virus niet?
‘Nee. Het virus is alleen dodelijk als je het rechtstreeks in de longen spuit. Bij normale besmetting via de lucht worden fretten er weliswaar ziek van, maar ze herstellen ook weer. Dat geldt waarschijnlijk ook voor mensen.’

Bestaat er, gebaseerd op uw ervaring, een risico op een dodelijke grieppandemie?
‘Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat gemiddeld om de twintig jaar een griepviruspandemie uitbreekt. Door de groeiende wereldbevolking, veranderingen in landbouwpraktijken of ontbossing, worden periodes tussen grote uitbraken steeds korter. Kijk naar SARS in Hongkong. Honderd jaar geleden had het zich nooit zo snel verspreid. Dit keer hadden we mazzel; door daadkrachtig ingrijpen is het virus gestopt. Maar als het weer uitbreekt en zich net iets sneller verspreidt, sterft mogelijk tien procent van de wereldbevolking. Zo’n pandemie gaan wij in ons leven meemaken. Daar ben ik van overtuigd.’

Beangstigt u dat?
‘Angst heeft geen zin. Dit soort dingen gebeuren. Of niet. Maar ik vind wel dat we er iets mee moeten. Net als we dijken bouwen tegen overstromingen, proberen wij pandemieën te voorspellen om ze te voorkomen of om de impact te verminderen. Dat kan alleen als we open over besmettelijke virussen debatteren en de vrijheid krijgen om dit onderzoek te doen.’
***

Update: In de week van 30 april maakt het ministerie van Landbouw bekend dat het exportverbod op het onderzoek van Fouchier wordt opgeheven. Fouchier krijgt alle medewerking om zijn gegevens te publiceren in het blad Science. In diezelfde week wordt Fouchier door TIME Magazine verkozen tot de 100 meest invloedrijke personen ter wereld van 2012.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *